In de wereld van wonen, zorg en welzijn wordt de behoefte aan samenwerking tussen organisaties telkens vaker ervaren. Soms is de noodzaak ingegeven door bedrijfseconomische motieven, zoals de schaalvergroting in de thuiszorg en de verpleeghuizen die hun gebouwenbeheer onderbrengen bij woningbouwcorporaties.
Vaker echter is het de aard van de dienstverlening die samenwerking noodzakelijk maakt:
· ziekenhuizen werken samen met verpleeghuizen en thuiszorg om een meer complete (keten-) zorg aan hun patiënten te bieden;
· binnen de jeugdzorg zijn regionaal en landelijk een reeks van instellingen actief die vaak vanuit een verschillend perspectief met dezelfde cliënt te maken hebben.
Vooral in die situaties waar de aard van de dienstverlening partijen bijeen brengt is die behoefte aan samenwerking niet altijd even makkelijk vorm te geven; starten we gewoon een aantal gezamenlijke projecten op ad hoc basis of willen we een meer duurzame manier van samenwerking vormgeven? En moeten we dan al direct gaan praten over fusies en dergelijke?
Hoe werken we samen aan een toekomst die de dienstverlening aan onze cliënten verbetert?
In een aantal gevallen is het zinvol gezamenlijk na te gaan hoe zo’n gezamenlijke toekomst er uit zou kunnen zien. Denkend vanuit allerlei maatschappelijke ontwikkelingen (vergrijzing/verkleuring, individualisering, de mogelijkheden van technologie) en de wijze waarop die vorm gegeven worden in politieke keuzes (langer werken, overheveling van taken naar lagere overheden) wordt nagegaan welke invloed die ontwikkelingen heeft op de doelgroep en daarom op de dienstverlening die in die toekomst belangrijk wordt. Vervolgens kunnen opties gegenereerd worden voor nieuwe vormen van (gezamenlijk) dienstverlening en wordt ook duidelijk welke diensten in die toekomst minder belangrijk worden.
Het creëren van een gezamenlijk toekomstbeeld, het gezamenlijk vaststellen van wat de doelgroep in die toekomst beweegt, is al een vorm van samenwerking waarvoor geen nieuwe bestuurlijke kaders nodig zijn. Het gezamenlijk vaststellen van interessante vorm van nieuwe dienstverlening en de keuze hier gezamenlijk aan te gaan werken is dan een volgende mogelijke stap. Daarbij moeten dan wel bestuurlijke keuzes gemaakt worden, maar die worden gebaseerd op een wil gezamenlijk concreet vorm te geven aan die toekomst.
Deze vorm van scenariodenken, dit outside-in denken, is van belang in het vaststellen van een strategie voor de toekomst. Door een dergelijk traject gezamenlijk te doorlopen (en dus samen te praten over de cliëntgroep, over de toekomst, over de eigen huidige en toekomstige dienstverlening) leert men elkaar beter kennen. Dit proces vormt zodoende een goede basis voor het bespreken van de mate van samenwerking die nodig en gewenst is.
Deze vorm van samenwerking is dus ook een cultuurproces: niet alleen de resultaten (de toekomstvisie) is van belang, ook de wijze waarop we die toekomst ‘gemaakt hebben’, het proces is waardevol.
Dit is een voorbeeld van een traject waarvoor u terecht kunt bij Het Netwerkhuis. Spreekt het u aan dan nodigen wij u uit verder te praten over de vorm en setting waarin wij dit samen met u gaan invullen.
In het kader van het 15-jarig bestaan van Spectrum, Centrum maatschappelijke ontwikkeling Gelderland is een toekomstverkenning gemaakt van de sector welzijn. Meer informatie daarover en ook over de aanpak, kunt u vinden op www.toekomstwelzijningelderland.nl
Vragen van klanten zijn geïnventariseerd. Maar hoe ga je dan verder, welke dienst, product of….. kun je het beste voor en met hen gaan ontwikkelen. Welke organisaties heb je daarbij nodig? Zijn er concullega’s? Hoe ga je daarmee om? Zijn er voorbeelden elders in het land? Allemaal vragen waarop je antwoord wilt hebben. In een op maat gemaakt traject gaan we daarmee aan de slag.
Als voorbeeld het Verenigingsbureau in de gemeente Apeldoorn. In twee verschillende excursies hebben we verkend hoe het in anderen gemeenten gaat. Met stakeholders en klanten in de bus aan het werk, vragen beantwoorden, opdrachten uitvoeren, discussies aangaan, maar vooral ook elkaar en elkaars ideeën en standpunten leren kennen. Daarna in een aantal avonden klanten (verenigingen en vrijwilligers) mee laten denken, maar vooral ook bepalen hoe het er uit moet zien. Een zolderoverleg, een klantenpanel allemaal om te horen wat en hoe men het product, de dienst, het……wil. De bouwstenen zijn in deze fase gelegd. De moederorganisatie en haar team hebben daarop voortvarend doorgeborduurd en gebruik gemaakt van de verzamelde kennis. Het voortraject heeft bijna een jaar geduurd, maar het is net als schilderen. Als je vooraf goed schuurt, schoonmaakt en plamuurt, is het schilderen zelf een fluitje van een cent.
Hoe maak ik een goed projectplan, waaraan moet het voldoen wil het voor een bijdrage van een fonds in aanmerking komen, wat financieren fondsen wel en niet.
Het professionaliseren van het fondsenwervend vermogen van eigen medewerkers
- incompany training, 1 of 2 dagdelen, vijf tot twintig personen van één
organisatie;
- deelnemers vullen vooraf kennisinventarisatie formulier in, training wordt
daarop op afgestemd.
- mogelijkheid tot individueel bespreken en beoordelen van eigen projecten.
Organisaties die hiervan gebruik hebben gemaakt zijn ANBO, STEK, LPR. GSF, Wisselwerk en Opella.
Hoe maak ik een goede fondsaanvraag
- Beoordelen van projectplan
- Vertalen naar een begroting
- Onderzoeken welke fondsen in aanmerking komen
De beste fondsaanvrager bent u zelf, wij kunnen u helpen dit proces zo goed mogelijk te laten verlopen.
Netwerken zowel een werkwoord als een zelfstandig naamwoord, maar in combinatie met het begrip samenwerken kunnen beide beschouwd worden als werkwoorden. In een interactieve workshop van twee uur wordt ingegaan op verschillende aspecten die een rol spelen bij het opzetten van samenwerkingsrelaties. Het resultaat is een stappenplan waarmee u in uw eigen organisatie direct aan de slag kunt.
Onder de naam ‘Ik ben bijzonder’ startte het Fonds verstandelijk gehandicapten in juli 2007 een nieuw initiatief voor en met jongeren. Zes originele activiteiten gaan jongeren meer bekendmaken met en betrekken bij het vrijwilligerswerk.
Hoe werkt het initiatief?
‘Ik ben bijzonder’ bestaat uit zes activiteiten voor scholieren van VMBO- en ROC-instellingen. De activiteiten gelden als maatschappelijke stage. Daarmee zijn ze bij uitstek geschikt als invulling voor deze stagevorm. Scholieren kunnen studiepunten ontvangen voor hun deelname of hun leerlijn verschuiven. Gezien de opgedane ervaringen wil het Fonds scholieren de ruimte bieden om de projecten in hoge mate zelfstandig en met eigen verantwoordelijkheid uit te voeren. Het Fonds verstandelijk gehandicapten biedt ondersteuning in de vorm van draaiboeken en andere materialen. De projectleider van het Fonds is beschikbaar om expertise op het gebied van geldwervende acties te bieden. De school biedt ondersteuning door een coördinator aan te wijzen die voor scholieren als ‘vraagbaak’ fungeert en waar nodig kan bijsturen. Deze coördinator kan daarbij een beroep doen op de kennis en ervaring van een medewerker van het Fonds.
Linda Hofman, Anita Amptmeijer en Marian Geling hebben de eerste fase van het project vorm gegeven. De factsheets gemaakt, het logo ontworpen, de informatiemappen voor de scholen samengesteld en alle andere voorbereidende werkzaamheden verzorgd, zodat de projectleiders direct na hun in diensttreding aan de slag konden gaan.
Powered by Maakum Websites